Wetenschappelijk onderzoek op het gebied van meditatie

Hoewel beoefenaars van meditatie al duizenden jaren de voordelen van meditatie kennen, is nog maar zeer recent uit wetenschappelijk onderzoek naar voren gekomen dat meditatie een positief effect op ons heeft op fysiek niveau.

Recentelijk is ontdekt dat de hersenen in staat zijn hun structuur en functie aan te passen – door circuits die vaak gebruikt worden te versterken en uit te breiden en circuits die weinig gebruikt worden te laten krimpen. Deze flexibiliteit in de hersenen wordt ‘neuroplasticiteit’ genoemd.

Eerder werd al onderzoek op professionele musici gepubliceerd waaruit blijkt dat er veranderingen in de hersenen optreden door frequent herhaalde vingerbewegingen. Op basis van dit onderzoek werden onlangs op universiteiten in de Verenigde Staten proeven gedaan met ervaren meditatiebeoefenaars.

De proeven werden gedaan met beoefenaars die tot 40.000 uur ervaring met meditatie hadden opgedaan, en hadden betrekking op verschillende soorten meditatiebeoefening. Hieruit kwamen opmerkelijke resultaten naar voren, zoals:

  • een hoog niveau van activiteit in die delen van de hersenen die helpen om positieve emoties te vormen, zoals: geluk, enthousiasme, vreugde en zelfbeheersing,
  • een verlaagd niveau van activiteit in die delen van de hersenen die samenhangen met negatieve emoties, zoals: depressie, egocentrisme en een gebrek aan geluk of voldoening,
  • het rustiger worden van het deel van de hersenen waarin angst en woede worden opgewekt,
  • het vermogen om zelfs in extreem verstorende omstandigheden een staat van innerlijke vrede te bereiken, en
  • een uitzonderlijk vermogen voor empathie en afstemming op de emoties van andere personen.

Het is interessant dat wanneer beoefenaars mediteerden op ‘niet-gericht, allesdoordringend’ mededogen [1], de gebieden van de hersenen werden geactiveerd waar handelend optreden wordt voorbereid, alsof zij op het punt stonden om hulp te gaan bieden aan mensen in nood.

Deze bevindingen lijken aan te tonen dat het oefenen van de geest door middel van meditatie een uiterst bepalende invloed kan hebben op de hersenfunctie. Emoties kunnen blijkbaar worden veranderd en destructieve gevoelens kunnen worden verminderd.

[1] “De staat van onvoorwaardelijke liefdevolle vriendelijkheid en mededogen wordt omschreven als een ‘onbeperkte bereidheid en beschikbaarheid om levende wezens te helpen.’ Bij deze beoefening hoef je je niet te concentreren op bepaalde objecten, herinneringen of beelden, hoewel in andere vormen van meditatie beoefenaars zich jarenlang wel richten op bepaalde personen of groepen wezens. Omdat ‘goedwillendheid en mededogen de geest doordrenken als een staat van zijn’ noemt men deze staat ‘zuiver mededogen’ of ‘niet-gericht mededogen’ (mikmé nyingjé in het Tibetaans).

—  Antoine Lutz,  Lawrence L. Greischar,  Nancy B. Rawlings,  Matthieu Ricard  en Richard J. Davidson, ‘Long-Term Meditators Self-Induce High-Amplitude Gamma Synchrony During Mental Practice’.

Fig. 1. Hoogfrequente gamma-activiteit tijdens het oefenen van de geest. (a) onbewerkte elektro-encephalografische signalen. Vanaf t=45 s begint beoefenaar S4 een staat van niet-gericht mededogen op te wekken, blok 1.

Fig. 3. Absoluut gammaniveau en synchroniciteit op afstand tijdens het oefenen van de geest. (a) verdeling over de schedel van gamma-activiteit tijdens meditatie. De kleurschaal geeft het percentage aan van proefpersonen in elke groep waarbij een verhoogde gamma-activiteit werd waargenomen tijdens het oefenen van de geest. (Links) Controlegroep. (Rechts) Beoefenaars.

Voor meer informatie: http://www.pnas.org/cgi/content/full/101/46/16369