Boeddhisme

Wanneer we het woord ‘boeddha’ horen, denken de meesten van ons meteen aan de Indiase prins Gautama Siddharta die in de zesde eeuw voor Christus verlichting bereikte. Hij onderwees het spirituele pad dat tegenwoordig ‘boeddhisme’ wordt genoemd.

“Meer dan vijfentwintighonderd jaar geleden kwam een man die gedurende vele levens op zoek was geweest naar de waarheid, op een rustige plek in Noord-India en ging daar onder een boom zitten. Met enorme vastberadenheid bleef hij onder de boom zitten en deed de gelofte niet op te staan voordat hij de waarheid had gevonden. Toen de schemering was ingevallen, zo wordt er gezegd, overwon hij alle duistere machten van begoocheling, en de volgende ochtend vroeg, toen bij zonsopgang Venus verscheen, werd de man beloond voor zijn eeuwenlange geduld, discipline en ononderbroken concentratie door het uiteindelijke doel van het menselijk bestaan te bereiken: verlichting. Op dat gewijde moment beefde de aarde alsof ze ‘dronken van gelukzaligheid’ was en, zoals de geschriften ons vertellen, ‘was er nergens iemand boos, ziek, of bedroefd, deed er niemand kwaad en was er niemand hoogmoedig; de wereld werd heel stil, alsof zij volledige vervolmaking had bereikt’. Deze man werd bekend als de Boeddha.”

Het Tibetaanse boek van leven en sterven, Sogyal Rinpoche

Het woord Boeddha heeft echter een veel diepere betekenis. Er wordt een persoon mee bedoeld, iedere persoon, die volledig ontwaakt is uit onwetendheid en open staat voor zijn of haar onmetelijke potentieel van wijsheid. Een boeddha is iemand die lijden en frustratie tot een definitief einde heeft gebracht en blijvend onsterfelijk geluk en vrede heeft ontdekt.